Rotterdam Centraal Station. De lege kiosk aan de noordzijde. Achter de toonbank staan twee jongedames van een jaar of 18. Ze kletsen over meisjesdingen. Ik leg de broodjes op de toonbank. Het ene meisje drukt op een paar knoppen op de kassa. Ondertussen praat ze verder en ziet mij letterlijk niet staan.
“4-95″, drukt ze gehaast tussen “echt een leuk rokje” en “zó goedkoop!”. Ik leg een briefje van vijf neer. Efficiënt weet ze 5 eurocent uit de kassa te halen en boven mijn open hand los te laten. Ik besluit géén goedemiddag te wensen. Zo houden we het gezellig.
Hoe erg is dit nu echt? Er is hier maar één kiosk. Ik koop toch wel want mijn trein vertrekt spoedig. En zij vindt het best als klanten geërgerd weglopen. Des te meer tijd voor het modenieuws. De eigenaar van de kiosk denkt daar vast anders over. Wat kan hij de meisjes het beste zeggen?






De baas kan het dit het beste aan zijn medewerkster meegeven:
“Je staat aan het begin van een werkzaam en productief leven. Je hebt er voor gekozen om in deze kiosk mooie en lekkere producten aan mijn klanten te verkopen. Het minste wat je behoort te doen is oprecht belangstelling tonen voor een ieder die iets wil kopen. Natuurlijk is collegialiteit een belangrijk iets, maar de klant gaat echter altijd voor!
Wat je nu leert over omgang van klanten is een aanwinst voor de rest van je loopbaan.”